Nederland niet zo neoliberaal als het lijkt

(..)

(..)

Het is ontegenzeglijk waar dat de afgelopen decennia de marktwerking oprukte, dat er diep is ingegrepen in de verzorgingsstaat en dat aan de bovenkant het aantal huishoudens dat euro 100.000 of meer te besteden heeft flink is toegenomen. Hoewel het bij die laatste groep om minder dan 0,2% van het aantal huishoudens gaat, roept het ook vragen op. Kun je zeggen dat de verdeling van welvaart in Nederland veel ongelijker is geworden en dat er, net als in Amerika, een kansloze onderklasse is ontstaan?

Recent zijn vrijwel tegelijk twee publicaties verschenen over deze vraag. De eerste is het boek ‘Niemandsland’ van oud-staatssecretaris ((PvdA) en columnist Marcel van Dam, die inmiddels politiek onderdak heeft gevonden bij de SP. De tweede is van de fiscaal econoom Sijbren Cnossen, die – hoewel hij eigenlijk met pensioen is – onder de vleugels van het Centraal Planbureau het boekje schreef ‘Hoe beschaafd is Nederland?’

De hoofdstelling van Van Dam is dat Nederland steeds meer een economie naar Angelsaksische snit wordt, met lage belastingen, afbrokkelende sociale bescherming en achterblijvende uitkeringen. Nederland vervreemdt zich van zijn Scandinavische broeders, die weliswaar veel belasting betalen, maar veel solidariteit en bestaanszekerheid bieden aan de medemens. Dit wordt met een vloed aan grafieken onderbouwd.

Een bezwaar van de plaatjes van Van Dam is dat ze vrijwel allemaal beginnen in 1980. (..) De collectieve uitgaven in Nederland waren opgelopen tot 67% van het nationale inkomen in 1982, bedrijven maakten bijna geen winst en de werkgelegenheid stortte in.

Met andere woorden: Van Dam meet het verloop van de uitkeringen af aan een onhoudbaar niveau. (..)

(..) Uit het boek van Cnossen blijkt dat het elkaar uiteindelijk weinig ontloopt: in 2007 bedroegen de Nederlandse overheidsuitgaven 45,3% van het bbp, tegen 47,6% in de Scandinavische landen.

Hoe zit het met de uitgaven aan sociale bescherming en de ongelijkheid van inkomens? Van Dam presenteert cijfers waaruit blijkt dat in Nederland de uitgaven aan sociale bescherming sinds 1980 zijn gedaald van 25% van het bbp in 1980 tot zo’n 21% in 2005, terwijl die in Scandinavië juist opliepen van 23% naar 27%. Een gapend gat, maar hier bedriegt de statistische schijn. In Scandinavië zijn de pensioenen een zaak voor de staat. (..)

(..)

De boodschap van Cnossen is dat Nederland juist wel duidelijk bij de groep Scandinavische landen hoort. Dat blijkt ook uit de inkomensverdeling. De zogenoemde ‘Gini-coëfficiënt (hoe lager, hoe gelijker de verdeling op een schaal van 0 tot 1) bedraagt 0,27 in Nederland en 0,25 in Scandinavië, vergeleken met 0,50 in de VS en nog altijd 0,35 in Duitsland.

Nederland scoort volgens Cnossen wel slechter bij de kinderarmoede, die met 9% ruim het dubbele bedraagt van die in Scandinavië. Vooral de uitkering voor bijstandsmoeders is echt geen vetpot. Ook bij voorschoolse opvang van kansarme kinderen en meer algemeen de onderwijskwaliteit valt een wereld te winnen. Daar staat tegenover dat de hardnekkige armoede – meer dan drie jaar achtereen minder dan de helft van het mediane inkomen – in Nederland met 1,3% het laagst is ter wereld en ook beduidend lager dan in de Scandinavische landen (2,3%).

(..)

Over één thema zijn Cnossen en Van Dam het roerend eens. De cijfers wijzen uit dat hoge belastingdruk en hoge overheidsuitgaven niet strijdig zijn met hoge welvaart en economische groei. Het omgekeerde geldt: Nederland en Scandinavië zitten in de wereldtop qua inkomen per hoofd van de bevolking en qua concurrentiekracht.

Deze bevinding bevestigt de conclusie die Peter H. Lindert, professor aan de universiteit van Californië, al in 2004 trok in zijn monumentale en invloedrijke boek Growing Public. Lindert bewijst daarin dat de welvaartsstaat in essentie een ‘gratis lunch’ is: landen met hoge sociale uitgaven worden daarvoor niet gestraft met minder welvaart en groei.

(..)

(..) Verzorgingsstaten van het Noord-Europese type onderscheiden zich door lage belastingen op kapitaal, zo min mogelijk handelsbelemmeringen en veel marktwerking, zodat vrije concurrentie de groei stuwt.

(..) Waarom dan toch het hardnekkige beeld van toenemende ongelijkheid? Het zal vooral te maken hebben met de explosie van de inkomens aan de top, zonder dat daar navenante prestaties tegenover staan. (..)

24 december 2009 Categorie: Collectieve sectoren, De Politiek, Inkomens, Pensioenen  Meer van: ,