Wie betalen de rekening van de pensioencrisis? (premiekorting 1985-2000)

(..)

(..)

In De Grote Recessie stellen medewerkers van het Centraal Planbureau (CPB) dat mensen die zijn geboren tussen 1930 en 1960 het gelag van de pensioencrisis betalen. (..)

(..)

Actuaris Marc Heemskerk nuanceert deze becijfering in zijn bijdrage aan het zojuist verschenen boek De toekomst van ons pensioenstelsel. Hij wijst erop dat de pensioenpremies in de periode 1985-2000 ruimschoots lagen onder de premie die destijds nodig was voor de opbouw van nieuwe aanspraken. Lage premies waren destijds gemeengoed, mogelijk gemaakt door de winsten op beleggingen. Heemskerk neemt aan dat tussen 1985 en 2000 een premiekorting van 50 procent heeft gegolden. Wie destijds werkten, genieten hierdoor straks pensioen waarvoor niet is betaald. Bovendien neemt hij aan dat bij nieuwe aanspraken in de toekomst sprake zal zijn van 50 procent (in plaats van 100 procent) jaarlijkse toeslagverlening. Dit uitgangspunt is niet onaannemelijk, omdat volledige indexatie van aanspraken na het pensioenakkoord dat sociale partners op 4 juni sloten allesbehalve zeker is. Beide uitgangspunten geven een heel ander beeld van het pensioenrendement voor iedere jaargang. De cohorten uit de periode 1930-1960 blijken per saldo niet de verliezers, maar juist de grote winnaars te zijn. Alles hangt af van de gemaakte veronderstellingen. Eerst de toekomst zal leren wie werkelijk opdraaien voor de rekening van de pensioencrisis.

19 juni 2010 Categorie: Generaties, Pensioenen, Vergrijzing  Meer van: ,