Strenge meester wast journalistenvolk de oren

(..)

Wie met de media in aanraking komt, kijkt bijna altijd op zijn neus of is zelfs onthutst. Oh, gaat dat zo? Als niet-ingewijde ben je kennelijk aan de heidenen overgeleverd. Maar ook ervaren publieke figuren raken vaak niet uitgepraat over de vooringenomenheid, het gebrek aan nieuwsgierigheid en de streken van journalisten.

Journalisten herkennen zich niet in dat beeld, zij denken van zichzelf dat ze professioneel, neutraal en onpartijdig zijn. Een al te verheven zelfbeeld, meent Hendrik Jan Schoo (1945-2007). De voormalig (adjunct-)hoofdredacteur en uitgever van Elsevier, de Volkskrant en Vrij Nederland wast het journalistenvolk de oren in zijn postuum verschenen bundel Een ongeregeld zootje.

Het boek bevat een verzameling columns en artikelen die Schoo over een periode van tien jaar schreef. Veel mooi geformuleerde betogen en belangwekkend materiaal voor journalisten die kritisch willen reflecteren op hun vak.

Schoo is een strenge meester, hij hekelt de vluchtigheid en oppervlakkigheid van journalisten en hun gemakzuchtige voorkeur voor het gesproken woord (want: quootjes). Intellectuele nieuwsgierigheid ontbreekt, het belangrijkste referentiekader is de journalistiek zelf: journalisten letten niet op de lezer, maar houden vooral elkaar in de gaten. Dat leidt tot eeuwig dezelfde bronnen, dezelfde zegslieden, dezelfde ideeën en invalshoeken. ‘Allemaal kluitjesvoetbal.’

Neem het Binnenhof. In Den Haag lopen 300 journalisten rond – dertig jaar geleden enkele tientallen – maar is de controle op de macht door die explosieve groei verbeterd? Nee, constateert Schoo, iedereen holt achter dezelfde kwesties en woordvoerders aan. Het is een aaneenschakeling van relletjes, met een vast patroon. Dat is zo onbevredigend dat Schoo zich voorzichtig afvraagt of journalisten misschien meer zouden moeten doen dan signaleren en onthullen. Wordt het tijd voor geëngageerde, campagnejournalistiek, voor ‘georganiseerde, volgehouden verontwaardiging’, waaraan ook de Amerikaanse muckrakers uit de vorige eeuw zich overgaven?

Terugkerend thema in de bundel is de uniformiteit van de Nederlandse pers. Sinds de ontzuiling zijn de verschillen tussen links en rechts, tussen gelovig, niet-gelovig en andere kleuren verdwenen. De Nederlandse kranten zijn volgens Schoo allemaal ‘linksig’, ze hebben dezelfde politieke strekking, dezelfde genres, dezelfde structuur, inwisselbare columnisten en medewerkers, bijlagen en interviewers. ‘Het is allemaal koekoekseenzang.’ (..)

(..)

23 oktober 2009 Categorie: Media  Meer van: ,