Over de Prins regeert het geleuter (soms)
Ook over student W.A. van Oranje wordt buitengewoon veel onzin beweerd, meent zijn hoogleraar van destijds, H.L. Wesseling. Vooral over ‘de geheimgehouden scriptie’ en het onderscheid tussen intelligent en intellectueel bestaat verwarring.
(..)
(..)
Ondanks deze waarschuwing hebben de auteurs Meijer en Hoedeman het aangedurfd een biografische schets te schrijven van iemand wiens publieke bestaan niet alleen nog niet is voltooid, maar zelfs nog maar nauwelijks begonnen. (..)
Nu enkele dingen die in het boek wél aan de orde komen, in het bijzonder de episode waar ik persoonlijk bij betrokken ben geweest, te weten de studiejaren van de Prins van Oranje. Ik doe dit omdat over dit onderwerp buitengewoon veel onzin is beweerd. Het gaat hierbij vooral om twee dingen: 1) Wat ik met Sherlock Holmes zou willen aanduiden als ‘Het merkwaardige geval van de geheimgehouden scriptie’ en 2) het onderscheid tussen intelligent en intellectueel, dat met name de pers veel moeilijkheden blijkt op te leveren.
Eerst de geheime scriptie. Over dit onderwerp is heel wat geschreven, onder anderen door de vroegere minister van OC&W, Ronald Plasterk, toen hij nog columnist van de Volkskrant was. Op 26 oktober 2001 liet hij in deze krant weten dat hij de marathon van Amsterdam had gelopen en merkte daarover op: ‘mijn eindtijd is net zo geheim als de studieresultaten van leden van het Koninklijk Huis’.
Ik heb mijn collega-columnist er toen op gewezen dat die studieresultaten van het Koninklijk Huis, althans wat de Prins van Oranje betreft, op wie hij kennelijk doelde, helemaal niet geheim zijn maar door mij in het openbaar zijn medegedeeld tijdens de uitreiking van de doctoraalbul, een gebeurtenis die zelfs op de televisie te zien is geweest. Openbaarder kan het toch niet. Als hij echter doelde op het openbaar maken van een scriptie, zo merkte ik verder op, dan moest hij als collega-hoogleraar toch weten dat dat uitsluitend een zaak is van de schrijver.
Inmiddels heeft zich weer een nieuwe variant van dit spookverhaal voorgedaan. In een recent artikel in HP/De Tijd (29 januari 2010) schrijft redacteur Roelof Bouwman, dat toen de Prins afstudeerde ‘zijn afstudeerscriptie niet, zoals gebruikelijk, werd toegevoegd aan de collectie van de universitaire bibliotheek’. Ik kan de auteur verzekeren dat zo’n gebruik in het geheel niet bestond.
(..)
Nu de tweede klassieker, mijn uitspraak over Willem-Alexander: ‘ongetwijfeld intelligent maar geen intellectueel’. Onnodig te zeggen dat ook deze inmiddels wel zeer oude koe in het betreffende HP/De Tijd-artikel uit de sloot wordt gehaald, nu zelfs met de toevoeging dat ik hiermee twijfel heb gezaaid over zijn ‘universitaire prestaties’. Wat een onzin! (..)
(..)
(..) Ik constateer met voldoening dat Willem IV een juist beeld geeft van de mij bekende en, voor zover ik dat kan beoordelen, ook van andere zaken. Of dat veel zal helpen weet ik niet, want op dit gebied is het niet de leugen die regeert maar het geleuter.
H.L. Wesseling is emeritus hoogleraar geschiedenis en oudrector van het NIAS. Hij sprak deze tekst gisteren uit in Nieuwspoort bij de presentatie van Willem IV. Van prins tot koning (uitgeverij Atlas).
26 februari 2010
Categorie: Media
Meer van: H.L. Wesseling, VK
