De moderne schurk is een giga-geldwolf (vervaging feit/fictie)

Boeken over fraude en falende topbankiers vliegen over de toonbank. Rechtszaken om deze boeken tegen te houden, helpen niet. Want de grens tussen feit en fictie is vervaagd.

Helden krijgen een tijdschrift, schurken een boek. Gretig vinden ze aftrek bij een groot publiek. Nina (Eric Smit) verkocht meer dan 25.000 exemplaren; De dossiers Lakeman (Marja Bontekoe) is toe aan zijn vierde druk; De prooi (Jeroen Smit) beleefde zijn zeventiende druk, en van De vastgoedfraude (Vasco van der Boon en Gerben van der Marel) gingen al 75.000 exemplaren over de toonbank. Zojuist verschenen: De woekerpolisaffaire (Kees Kooman), over de halve waarheden en oplichting in het verzekeringswezen. Ze gaan over personen die verantwoordelijk worden gehouden voor een groot financieel drama. Het kwaad heeft in de boekenmarkt een duidelijk gezicht gekregen, namelijk dat van de hebberige geldwolf.

(..)

(..)

In de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek staat dat de journalist volgens artikel 1 een duidelijk onderscheid dient te maken tussen feiten, beweringen en meningen, maar niet tussen feit en fictie. Er zijn dus geen formele belemmeringen om giga-geldmonsters in deze literaire non-fictie een extra zetje richting hun schavot te geven.(..)

(..)

Het probleem is dat de figuur Nina als regelrechte kenau wordt neergezet. Dit is goed voor het verhaal en voedt onze behoefte aan een schuldige, maar het is wel de vraag of wij daarmee echt begrijpen hoe zo’n figuur in elkaar zit. Bovendien zijn wij als lezer niet in staat om de feitelijke waarde van een uitspraak als „Nina slaat driftig tegen het balletjeâ€, te controleren. Het klinkt uiteraard beter dan „Nina slaat driftig tegen het balletje, tenminste, zo interpreteert haar ex (?) haar slagâ€, maar de verteller verhult dat het in feite om een fictionalisering gaat die het journalistieke verhaal kracht bijzet. Overigens wordt het leesplezier voor een groot deel bepaald door de genadeloze typeringen en als zodanig worden de boeken ook gewaardeerd.De vastgoedfraude wordt door Paul de Leeuw aangeprezen als een ‘sappig jongensboek’ en in andere media als ‘een non-fictiethriller over hebzucht’ die ‘leest als een detective’; De prooi zou lezen als ‘een whodunit’, en „Wat Nina zo leuk maakt, zijn de zorgvuldige omschrijvingen van het explosieve karakter van de hoofdpersoonâ€, aldus NRC Handelsblad. Je zou bijna vergeten dat we hier met serieuze wandaden te maken hebben.

Dat we de fictionalisering voor lief nemen, komt doordat de journalisten, daar waar de andere instanties achterblijven, bij uitstek het nieuwe publiekelijke schavot creëren door af te rekenen met schurken. De journalist viel van zijn voetstuk door het boek van Joris Luyendijk Het zijn net mensen, doordat Luyendijk de onmacht en het onvermogen van de journalistiek benadrukte. Dankzij de ontmaskering van de nieuwe schurk heeft de journalist zijn positie als rechter, onderzoeker, entertainer en held weer teruggewonnen. We nemen alle deep throats die meeklinken in de zogenaamde alwetende verteller dan ook graag op de koop toe.

Stine Jensen is literatuurwetenschapper en filosoof en verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Olaf Tans is als rechtstheoreticus werkzaam aan het Amsterdam University College.

17 april 2010 Categorie: Media  Meer van: , ,