In Kiezersdorp (mythe van wantrouwende burger)
De Nederlandse kiezers zijn niet op drift. Ondernemers stemmen nog steeds vooral VVD, werklozen overwegend SP. De wantrouwende burger is een „mythe van de kletsende klasse”.
(..)
(..)
Dit gesomber in allerhande commentaren ontneemt het zicht op dé ontwikkeling van de laatste weken: de hoofdrol in de verkiezingsstrijd is weer in handen van diezelfde middenpartijen die acht jaar geleden ten onder leken te gaan, en dan met name van de PvdA en VVD. Ook halen ze gezamenlijk nog niet het aantal zetels waarover ze begin jaren tachtig beschikten, een opmerkelijke revival is onmiskenbaar. Kort geleden nog stonden de middenpartijen CDA, PvdA en VVD op minder dan 50 procent van de stemmen. Dat percentage is in een paar weken tijd gestegen tot boven de 70 procent.
(..)
(..)
Kees Aarts, de Twentse hoogleraar politicologie die het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) leidt, meent zelfs dat de aandacht voor de veronderstelde strijd tussen de ‘PVV-groep’ en de ‘D66-groep’ berust op een misvatting. Heersend onbehagen zou een uitweg zoeken in de politiek: met die vooronderstelling in het achterhoofd zijn onderzoekers gaan zoeken. Uit het Kiezersonderzoek trekt Aarts een hele andere conclusie. Volgens hem is de onvrede over de gevestigde instituties, zoals het parlement en de traditionele politieke partijen, in de laatste veertig jaar niet noemenswaardig toegenomen. Kiezers bepalen hun stem niet op grond van een ongericht onbehagen, maar laten zich leiden door thema’s en ideeën.
Die veranderen wel in de tijd. Uit de groepen van telkens drieduizend burgers, die CBS-enquêteurs sinds 1971 ondervragen voor het Kiezersonderzoek, klinkt sinds halverwege de jaren negentig een toenemende zorg over integratie van immigranten. (..)
(..)
(..) Aarts: „Maar over het algemeen zien we dat het grensverkeer binnen het electoraat van links naar rechts en andersom opvallend klein is.” Verkiezingen, zegt Aarts, blijken uiteindelijk nauwelijks meer dan een herordening van de zetels ter linker- en rechterzijde van het politieke spectrum te zijn.
(..)
De laatste ontwikkelingen onder het electoraat, enkele dagen voor de verkiezingen, zijn volgens Aarts niet te verklaren uit wantrouwen of algeheel onbehagen. Dat wantrouwen is volgens hem een idee-fixe van „de kletsende klasse”.
Toen Aarts dit onlangs op een symposium zei, vroeg de nummer twee van het CDA, Ank Bijleveld, aan een journalist: „Als de mate van onvrede onder burgers niet blijkt toe te nemen, waarom blijven jullie er dan over schrijven?” (..)
(..)
In 2002, bij de Fortuynrevolte, ging het om de integratie van minderheden, de wachtlijsten in de zorg en de weerzin tegen ‘achterkamertjespolitiek’. Nu gaat de verkiezingsstrijd om economisch herstel, het op orde brengen van de overheidsfinanciën en de eigen portemonnee in het bijzonder.
(..)
5 juni 2010
Categorie: De Politiek, Lifestyles / Identiteit, Media
Meer van: Joost Oranje, NRC, Pieter van Os, Synovate
