Het raadsel van de (quasi) nauwelijks gestegen zorgpremie (oligopolie zorgverzekeraars)

(..)

In de periode van 2006 tot 2009 nam de premie met gemiddeld 0,75% per jaar toe. In dezelfde tijd groeiden de totale zorguitgaven met gemiddeld 6% per jaar. Dit is het raadsel van de gematigd gestegen zorgpremie: hoe kan het dat de totale zorgkosten acht keer zo snel gestegen zijn als de premies voor de basisverzekering?

(..)

Als je corrigeert voor deze eigen bijdragen – de no claim-teruggave aftrekt van de nominale zorgpremie en het eigen risico daarbij optelt – dan zijn tussen 2006 en 2008 de premies voor de basispolis niet met 0,75% per jaar gestegen maar met gemiddeld 12% per jaar. Als je ook nog rekening houdt met de inkomensafhankelijke premie dan bedroeg de gemiddelde premiestijging na correctie voor de verandering in de eigen bijdrage 6% per jaar. Daarmee is het raadsel van de gematigd gestegen zorgpremie opgelost.

(..)

De veronderstelling van de NZa dat premieconcurrentie heeft geleid tot gematigde premiestijging moet hiermee ook naar het rijk der fabelen worden verwezen. Eerder het omgekeerde is aan de hand. De concurrentie tussen de zorgverzekeraars is te gering. De reden hiervoor is duidelijk: de concentratie op de zorgverzekeringsmarkt is te groot. De vier grote zorgverzekeraars hebben bijna 90% van de markt in handen.

Als we echt gematigde premiestijging willen, dan moet de concurrentie tussen de zorgverzekeraars aangejaagd worden. Hiervoor moet de concentratie op de zorgverzekeringsmarkt worden verminderd.

Dit kan door de vier grote zorgverzekeringsconglomeraten op te breken. Net als bij de banken, moet het mes worden gezet in de zorgverzekeraars. Terug naar de menselijke maat.

Wim Groot is hoogleraar gezondheidseconomie aan UM en Henriette Maassen van den Brink is hoogleraar economie aan UVA en UM.

9 november 2009 Categorie: Collectieve sectoren, Fusies / Overnames  Meer van: ,