Toptarief 60% geen ramp, maar ook geen goed idee

(..)

(..)

Daar valt wel op af te dingen. In ons land wordt een flink deel van de hoogste inkomens verdiend in sectoren waar de vrije markt juist ver te zoeken is. Zo betreft ruwweg een kwart van de 1%-groep met de hoogste inkomens artsen en medische specialisten. Hun inkomens zijn eerder de uitkomst van een bureaucratisch proces dan van een vrije markt.

Niet veel anders is dat bij bestuurders van non profitinstellingen zoals de woningcorporaties, de zorg en tal van stichtingen, variërend van de postcodeloterij tot de hartstichting. Aangezien Nederland beschikt over een dichtbevolkt ‘maatschappelijke middenveld’, gaat het al gauw om duizenden bestuursfuncties. En zelfs bij topfuncties in ondernemingen kun je je afvragen of de beloningen niet eerder tot stand komen door handjeklap binnen een old boys netwerk dan door onderhandelingen met het mes op tafel om de laatste euro.

(..)

Van de andere kant zijn er sectoren waar een hoog toptarief wel degelijk schade aanricht. De betere ondernemer, zelfstandige consultant of interim-manager draagt nu al eerst 19% btw af en daarna 52% belasting. Als dat laatste tarief naar 60% gaat houdt zo’n ondernemer effectief niet veel meer dan 3 dubbeltjes over van een euro extra omzet. De stap om die extra klus niet meer te doen is dan snel gezet. Dat kost die ondernemer weinig, maar de fiscus veel.

Hoe dan ook levert een hoger toptarief weinig op. Slechts 1,7% van de huishoudens heeft een besteedbaar inkomen van meer dan 100.000 euro. Steeds vaker gaat het ook nog om tweeverdieners. Met een 60%-tarief vallen dus geen miljarden binnen te harken, hooguit honderden miljoenen.

(..)

(..)

Als je wat wilt doen aan de hoogste inkomens, beperk dan liever de aftrekposten, zoals de extreme fiscale subsidies op hypotheekschuld en voor pensioensparen. En daar waar hoge inkomens ontstaan door machtsposities, pak die dan aan. (..)

20 januari 2010 Categorie: Fiscaal, Inkomens, Macht, Macro-economie, Miljonairs  Meer van: ,