(Nederlandse) Bankbalansen (steeds slechter vanaf jaren 50)

(..)

(..) Voor de Tweede Wereldoorlog was de leverage van Nederlandse banken gemiddeld 4. Ze hadden dus een balans, met aan de rechterkant 75% vreemd vermogen (leningen, deposito’s, spaargelden) en 25% eigen vermogen. In de jaren vijftig was de leverage al verdubbeld tot 8.

Het bankentoezicht, geregeld in de Bankenwet van 1948, en de gedachte dat de overheid wel als vangnet zou fungeren, mochten banken in de problemen komen, waren aanleiding voor banken om steeds minder eigen vermogen aan te houden. Natuurlijk vonden aandelenemissies plaats, maar de leverage van banken nam steeds meer toe: van 8 in de jaren vijftig, naar 10 in de jaren zestig en 20 in de jaren zeventig. Toen hadden de banken gemiddeld 5% eigen vermogen.

Na de recessie van 1980/82 werden de balansen wat versterkt, maar in de jaren daarna ging het leveragingproces gewoon door. In het afgelopen decennium hadden Nederlandse banken nog maar 3% eigen vermogen, en bedroeg de leverage dus meer dan 30. Nederlandse banken waren daarmee zeer kwetsbaar, niet alleen vergeleken met hun Europese collega’s (leverage 20), maar ook met Amerikaanse commerciële banken (leverage 10).

(..)

24 juli 2010 Categorie: Europa, Globalisering / Nationalisme, Nieuwe economie  Meer van: ,