‘We zijn online aan het beleggen met het brein van de Neanderthaler’
(..)
Niets maakt zoveel indruk op ons brein als geld – zelfs blote of dode lichamen niet. Tegelijkertijd is geld ook een hersenspinsel: het wordt als solider gezien dan het feitelijk is, zegt Jaap van Ginneken, massapsycholoog en auteur van Gek met geld. ‘Dat we onszelf met kleine bedragen voor de gek houden, is bekend: we associëren 1,99 euro met 1 euro en niet met 2 euro. Maar ook bij grote sommen geld gedragen we ons irrationeel. Als we moeten kiezen tussen een kans van 100 procent op drieduizend euro en een kans van 80 procent op vierduizend euro, kiezen de meeste mensen voor de zekerheid van drieduizend euro. Je zou verwachten dat ons brein symmetrisch is, maar de angst voor verlies blijkt tweeënhalf keer zo groot te zijn als de hoop op winst.’
(..)
(..) ‘Zal ik je iets geks vertellen? In een experiment van Dan Ariely, een financieel psycholoog, kregen studenten een stroomstootje. Dat deed pijn, en voordat Ariely de studenten een tweede schokje toediende, gaf hij ze een aspirientje. De studenten die vooraf hadden gezien dat het een duur merk of een dure pijnstiller was, bleken geen pijn meer te voelen bij het volgende stroomstootje.’
(..)
(..) Dat is trouwens ook gebleken uit onderzoeken met MRI-scans. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat het brein sterker oplicht naarmate de geldbedragen die je kunt winnen in een loterij, hoger worden. Maar als de kans één op een miljoen is, of één op duizend, blijken de hersenen lang niet zo sterk te reageren op de afnemende zekerheid als op de toenemende hoofdprijs. Dat zie je trouwens ook terug in de politiek van loterijen. Ze streven ernaar steeds grotere hoofdprijzen aan te bieden.
‘Wat ons ook parten speelt in de omgang met geld, is dat we onszelf overschatten. (..)
(..) De enige mensen die een realistisch beeld hebben van hun eigen nietigheid en onbeduidendheid, zijn de ernstige depressieven. (..)
(..)
‘Een andere verklaring voor ons scheve brein is dat we overal een patroon in zien. Als je mensen een puntenwolk laat zien, herkennen ze er vrijwel allemaal een patroon in: een gezicht bijvoorbeeld, of de provincie Noord-Holland. We zijn zozeer patroonzoekers dat we voortdurend patronen maken die er niet zijn. En hebben we die eenmaal gezien, dan kunnen we moeilijk omschakelen naar een ander patroon.
‘We houden ook van oorzaak en gevolg: we denken monocausaal en mechanistisch. We willen het liefst één oorzaak vinden voor een gebeurtenis of verschijnsel, terwijl de meeste gebeurtenissen een gevolg zijn van een samenloop van allerlei verschillende omstandigheden.‘(..)
‘Volgens mij is het pas echt fout gegaan in de financiële wereld toen er risicomodellen kwamen, waardoor de illusie verder om zich heen greep dat je met steeds ingewikkelder modellen kunt uitrekenen hoeveel risico je loopt. (..)
‘We hebben een wereldeconomie die een bepaalde hoeveelheid geld produceert. In speculaties over toekomstige economische ontwikkelingen gaat er op dit moment tien keer zoveel geld om als dat bedrag. Let wel, dank zij de risicomodellen – omdat financiële autoriteiten dachten daarmee de risico’s te bezweren. Iedereen roept nu dat de crisis voorbij is, maar ik geloof dat er een tweede aflevering komt die minstens zo dramatisch is.
‘En dan is het management van vertrouwen cruciaal. Financiële autoriteiten zitten in een paradoxale situatie. Als de minister van Financiën of de president van De Nederlandsche Bank iets zegt, heeft dat effect op het vertrouwen. Zodra een financiële autoriteit zou toegeven dat we eigenlijk schaatsen op flinterdun ijs, roepen ze het over zichzelf af en kan het hele systeem onderuit worden gehaald. (..)
(..)
verbonden aan de UvA als deeltijddocent, met onderbrekingen
deeltijddocent aan de Ceram Business School bij Nice
Jaap van Ginneken is de auteur van negentien boeken over massacommunicatie en cultuur, die in verschillende talen zijn uitgebracht.
10 april 2010
Categorie: Beurzen, Lifestyles / Identiteit, Wetenschap / Verlichting
Meer van: Suzanne Weusten, VK
