Bezem door het management (subtop coterie nieuwe topmannen)
Bij Shell en Unilever wordt het management rigoureus ververst. (..)
(..)
‘De meeste topmanagers zijn vrij angstige mensen’, zegt Manfred Kets de Vries, hoogleraar aan de managementschool Insead in Fontainebleau. ‘Ze willen graag mensen om zich heen die ze kunnen vertrouwen. Ze ontslaan de helft van de top en zetten daar hun luitenants neer.’
Zo voorkom je de wraak van de ‘gewonde kroonprinsen’, de topmanagers die graag zelf de baas hadden willen worden, zegt Kets de Vries. ‘Alleen de heel goede mensen durven slechts hun secretaresse mee te nemen.’
In de executive board, de hoogste laag bij Shell en Unilever, lijkt het mee te vallen met de zuiveringen. Bij Shell vertrok alleen kroonprinses Linda Cook. Bij Unilever mochten de zittende bestuursleden vooralsnog blijven. Wel haalde Polman de jonge Italiaan Pier Luigi Sigismondi weg bij zijn oude werkgever Nestlé om bij Unilever de logistiek te gaan doen, een van de speerpunten van Polmans beleid.
Direct onder die hoogste laag verschuift er bij beide bedrijven veel meer. Bij Shell zijn inmiddels 150 van de managers in de top-750 afgevallen, onder wie dus Roelf Venhuizen. Het gaat daarbij om de niveaus EC-1 en EC-2, respectievelijk één en twee verdiepingen onder de toplaag.
Naast de ontslagen zijn de verschuivingen enorm: de macht wordt letterlijk herverdeeld, middels de sollicitatieprocedures voor iedereen.
Kets de Vries noemt het ‘management by guilt’: de managers die bij de reorganisatie van de top komen bovendrijven, zullen hun hoogste baas altijd erkentelijk blijven. ‘Je organiseert zo een hoop loyaliteit.’
Dat is helemaal zo gek niet, zegt Herman Koning, directeur business solutions van Hay Group, een adviesbureau dat zich richt op strategie, organisatie en personeelsbeleid. ‘De topman heeft mensen nodig om zijn strategie uit te voeren. (..)
Die angst is begrijpelijk, zegt Donald Kalff, auteur van Modern kapitalisme en in een ver verleden (tot 1990) werkzaam als manager bij Shell. ‘Hoe lang zal Voser blijven zitten? Vier jaar. Bestuursvoorzitters willen maatregelen treffen die binnen hun contractperiode resultaat hebben. Er is dus een prikkel om vooral aan kostenbesparingen te doen, en alles wat te maken heeft met research en investeringen minder aandacht te geven. Voser zit niet te wachten op allerlei tegenstribbelende ingenieurs.’
(..)
Kalff denkt dat bestuursvoorzitters als Polman zichzelf overschatten. Met het vervangen van de managers creëer je hooguit een schijnverandering, denkt hij. ‘Het komt voort uit een primitieve opvatting over hoe organisaties en bedrijven werken. Het geeft blijk van een heel mechanistisch wereldbeeld. Het idee is dat je een ondeugdelijk onderdeel vervangt waarna de motor weer gesmeerd loopt. Maar de werkelijkheid is veel ingewikkelder.’
Het zuiveren van het management komt volgens Kalff vooral voort uit misplaatst machismo en het verlangen indruk te maken op de aandeelhouders.
De schade die een reorganisatie van het topmanagement op lange termijn kan veroorzaken, is volgens hem aanzienlijk. ‘Het bedrijf ligt maandenlang min of meer stil. Een veelheid van nuttige informele afspraken binnen een organisatie wordt in één klap opgezegd. En de in de loop van tientallen jaren opgebouwde relaties met externe partijen worden in één klap afgebroken. Dat kan op lange termijn heel schadelijk zijn.’
(..)
De indirecte gevolgen van zo’n ingrijpende operatie zijn volgens Kalff zo mogelijk nog erger. ‘Dit soort machtspolitiek vergroot het gevoel van interne onveiligheid. Je geeft managers de maximale prikkel om heel veel tijd te besteden aan het veiligstellen van de eigen positie. In de hogere echelons wordt hier nu al 30 tot 40 procent van de tijd aan besteed. Managers zijn zich voortdurend aan het indekken en aan het roddelen om na te gaan hoe de hazen lopen.’
7 november 2009
Categorie: Leiderschap, Macht, Mutaties, Netwerken
Meer van: Pieter Klok en Michael Persson, VK
