Prins van Oranje buigt alsnog voor het volk

Affaire-Machangulo roept vragen op over politiek beoordelingsvermogen van toekomstige koning

Het Nederlandse volk is dol op het koningshuis. Maar zodra de Oranjes koninklijke kuren beginnen te vertonen, steken republikeinse reflexen de kop op.

Met die paradox van het Nederlandse koningschap zijn prins Willem-Alexander en prinses Máxima hardhandig in aanraking gekomen. Hun wens om zich ver van hun toekomstige onderdanen te kunnen verpozen op een paradijselijk schiereiland in Mozambique lijdt schipbreuk op een nota bene door De Telegraaf en Oranjeverenigingen aangejaagde volksopstand, waar de Tweede Kamer en het kabinet niet omheen konden.

(..)

De steunbetuiging aan het toekomstige staatshoofd kan niet verhullen dat de affaire-Machangulo opnieuw de vraag doet rijzen of de nu 42-jarige kroonprins wel klaar is voor het koningschap. Met de 72ste verjaardag van zijn moeder in het verschiet heeft die kwestie een zekere urgentie. Maar net nu hij de reputatie van impulsieve Prins Pils leek te hebben ingeruild voor die van een hardwerkende huisvader, roept de aanvankelijke weigering om de villa op te geven twijfels op over zijn vermogen om de stemming in land en parlement op waarde te schatten.

Eerder dit jaar voorspelde royaltywatcher en historica Daniela Hooghiemstra al in het NRC dat ‘de onvrede over een aanstaande koning die zijn plichten liever kwijt dan rijk is, maar wel luidkeels zijn rechten opeist, zal toenemen, en dat de mediadruk eerder groter dan kleiner zal worden’. Zij schreef dat naar aanleiding van het kort geding tegen persbureau AP, waarin Willem-Alexander, om de privacy van zijn kinderen te beschermen, een wereldwijde beperking op de vrije nieuwsgaring eiste.

De kwajongensachtige reputatie kleeft de prins al aan sinds hij als klein jongetje met propjes schoot naar de persfotografen tijdens het jaarlijkse defilé op paleis Soestdijk. In zijn studententijd trekt hij, behalve met de onvermijdelijke romances, vooral de aandacht met auto-ongelukken.

Pas rond de eeuwwisseling leert de Nederlandse bevolking de kroonprins van een serieuzere kant kennen. De hossende supporter bij de Olympische Spelen in Atlanta (1996) maakt plaats voor een bedaagde sportbons. Door zich toe te leggen op watermanagement raakt hij een gevoelige snaar bij de Nederlandse bevolking, voor wie de historische strijd tegen het water door de klimaatkwestie een actuele betekenis krijgt.

Aan die gedaanteverwisseling gaat een uitgebreide vorstenscholing vooraf. Coryfeeën als Herman Tjeenk Willink, vicevoorzitter van de Raad van State, oud-minister van Buitenlandse Zaken Peter Kooijmans, ex-minister en McKinsey-topman Pieter Winsemius en oud-Unilever-topman Floris Maljers stomen de prins klaar voor zijn toekomstige taken.

Op persoonlijk vlak groeit de prins door zijn huwelijk, in 2002, met Máxima Zorreguieta, wier vader minister van landbouw was in de Argentijnse junta. Wel moet premier Wim Kok hem nog een publieke oorvijg uitdelen, als hij de reputatie van zijn aanstaande schoonvader tracht te beschermen door zich op een brief van niemand minder dan ex-dictator Videla te beroepen. Dankzij Máxima wordt ‘een beetje dom’ een gevleugelde uitdrukking. Het publiek slikt het excuus dat de prins uit zijn doen was, omdat hij de liefde van zijn leven zo lang had moeten verzwijgen. Maar de hoop dat hij nooit meer een premier in verlegenheid zou brengen is door de affaire-Machangulo gelogenstraft.

21 november 2009 Categorie: Leiderschap, Lifestyles / Identiteit, Macht, Mores  Meer van: ,