Eenmaal elite, altijd elite (maar nu ook ?)

(..)
Vanouds is gedacht dat politieke omwentelingen als de Alteratie, de
staatsgreep van prins Maurits in 1617 of de Bataafse Revolutie nieuwe
groepen regenten op het pluche brachten. Van Heel ontdekte dat dit in
Amsterdam niet zo was. De continu.teit van de oude familieverbanden was
groot. De nazaten van de 16de eeuwse oligarchie.n bleven door de eeuwen heen
aan de macht. En ze legitimeerden dat met hun afkomst: iedereen wist dat de
17de-eeuwse burgemeester Cornelis de Graef via zijn moeder afstamde van
burgemeester Boelen. Ook wisten de regenten hun rijkdom, vooral via de
vrouwelijke lijn, vaak goed binnen de familie te behouden.
Het netwerk van de maagschap hield niet op bij de stadswallen. Kooplieden
sloten ook allianties met andere steden in Holland of daarbuiten, met
Hanzesteden als Danzig. ‘Je liet je jongere zonen in de plaatselijke
regerende maagschappen introuwen. Als in de 17de eeuw een zoon van
burgemeester Pauw brouwer wordt in Delft, huwt hij een Delftse vrouw. Zo heb
ik vertakkingen gevonden tot in Rusland toe. Het was een flexibel
internationaal netwerk.’
Nieuw licht werpt Van Heels onderzoek op de positie van de katholieken in de
protestantse Republiek. Het idee was altijd dat veel katholieke families
sociaal zouden zijn ‘gedegradeerd’ omdat ze sinds 1581 uitgesloten waren van
stedelijke ambten en hun geloof uit het openbare leven was gebannen. Het
tegendeel blijkt het geval.
De katholieke kooplieden zaten dan wel niet meer in de magistratuur, maar ze
deden goede zaken, bleven vaak steenrijk en kerkten ongehinderd in hun eigen
huiskerken (waarvan Van Heel er in Amsterdam vijftig heeft ge.dentificeerd).
Ze vormden een ‘onzichtbaar katholiek patriciaat’.
Het clich. van de onderdrukte katholieke minderheid is een mythe van de
19de-eeuwse katholieke emancipatiebeweging, meent Van Heel. (..) Zoals de
vader van de dichter PC Hooft ooit zei: als ik niet zoveel tijd aan mijn
ambten moest besteden, was ik nog veel rijker geweest.’
De invloed van het strenge calvinisme op het leven in de Republiek wordt
sterk overdreven, meent Van Heel. ‘De bronnen laten zien dat het calvinisme
werd gezien als import uit de Zuidelijke Nederlanden, en dat de calvinisten
vrijwel altijd buiten het burgemeestersambt werden gehouden.’ Dat een
Erasmiaanse tolerantie domineerde, verklaart hij uit het feit dat de
maagschappen zowel protestantse (remonstrantse) als katholieke en
doopsgezinde takken kenden. Deze familieverbanden dwongen regenten tot
gematigdheid.
Erfdochters In de 18de eeuw komt er een proces van verdere aristocratisering
op gang. Vooral rijke katholieke families gingen kastelen en adellijke
titels kopen. ‘Protestanten hadden aanzien doordat ze in de regering zaten.
Katholieken moesten op een andere wijze status verwerven.’ Dus kochten ze
bij de Duitse keizer titels aan en zetten ze hun rijke erfdochters in. ‘Zo
huwde een meisje Cromhout in Frankrijk de laatste prins van Lotharingen. En
zijn heel wat Amsterdamse katholieken de Almanach de Gotha in getrouwd, het
Duitse adelsboek.’
Nazaten van de Heijnen-Boelen-clan verspreidden zich over heel Europa. Neem
de Duitse katholieke familie Heereman von Zuydtwyck, de oudste Amsterdamse
familie na de Bickers. (..)
Overigens, zegt Van Heel, zijn de Heijnen-Boelen afstammelingen ook nu nog
overal terug te vinden. Dit heeft hij allemaal uitgezocht, maar dat staat
niet in het boek, want hij moest ergens ophouden, en dat werd dus 1800, het
einde van de Republiek. Maar Audrey Hepburn was een nazaat, vertelt hij
vergenoegd. En Susan Mary Hornby, een Britse die in 1951 trouwde met de
hertog van Marlborough. En scheidde, waarna hij trouwde met de ex van
Onassis.
(..) Omdat families ook economisch vervlochten waren, onder meer door
wederzijdse leningen, ging bij een faillissement de rest mee ten onder. Dat
was een van de minder gelukkige gevolgen van het maagschapsysteem.’
(..) ‘Vooral eind 18de eeuw zie je veel degradatie. Jongens die met
dienstmeisjes trouwen. Die waren vaak analfabeet, en als moeder niet kon
lezen en schrijven, leerden de kinderen het ook niet, want er was nog geen
leerplicht. Dan zie je die kinderen vaak soldaat, matroos of werkster
worden. En soms hoer.’
Dudok van Heel, zelf afkomstig uit een Rotterdamse patrici.rsfamilie, heeft
oog voor zulke verhalen. Anders dan oude genealogie.n, waarin
maatschappelijk mislukte kinderen worden genegeerd. (..)
Zouden Claes Heijn Claesznszn en de zijnen in de hedendaagse elites van
Amsterdam nog iets herkennen? Nee, zegt Van Heel. ‘Hun maagschap vinden ze
hier niet meer terug. Er is geen link meer met het oude patriciaat. Voor de
Eerste Wereldoorlog woonden er nog heel wat oude families op de gracht. Nu
zijn er alleen nog wat relicten, die zich er niet op laten voorstaan. De
nazaten moet je nu elders zoeken. Op de PC Hooftstraat vind je ze zeker
niet.’
(..) De complete parenteel bevat dertigduizend namen, en dan zijn we pas in
1800. Nu, twee eeuwen later, kom je bij wijze van spreken aan het miljoen.
Zo zijn we ook allemaal afstammelingen van Karel de Grote.’
S.A.C. Dudok van Heel: Van Amsterdamse burgers tot Europese aristocraten .
De Heijnen maagschap 1400-1800 . Hun geschiedenis en hun portretten.
Koninklijk Nederlands Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde; 1134 p.; .
75,-; ISBN 978 90 805 689 5 2

24 januari 2009 Categorie: Generaties  Meer van: ,