Overheid netwerkt meer dan bedrijfsleven

(..) Zo’n 75 procent van de ambtenaren is er actief mee bezig, tegen 68
procent in het bedrijfsleven. Maar dat netwerken duurt wel heel kort: een
halve dag per maand. (..)
(..)
(..) Ook Jos van Hezewijk (56), schrijver van het succesvolle netwerkboek
Je kent wie je bent, vindt het aan de lage kant. ‘Netwerken doe je negentig
procent van de tijd. Als je dat niet in de gaten hebt, doe je iets verkeerd.
In jullie onderzoek zeggen 23 procent van de mensen uit het bedrijfsleven en
18 procent van de ambtenaren dat ze zelden of nooit netwerken. Dat zien ze
verkeerd: ze doen het misschien niet bewust, maar ze netwerken veel meer.’
Ook het aantal mensen dat in het netwerk zit, vindt Van Hezewijk, die veel
netwerkworkshops geeft aan ambtenaren, aan de lage kant. Ambtenaren zeggen
zo’n 28 personen in hun netwerk te hebben, werknemers uit het bedrijfsleven
23. Twee ambtenaren gaven veel meer mensen op: de een 2000 en de ander 5000.
(Die twee cijfers zijn overigens uit de berekeningen in het onderzoek
weggelaten.) Dacht re.Public nog even aan een tikfout van de twee
ambtenaren, volgens Van Hezewijk zijn die getallen normaal. ‘Iemand die een
beetje actief is, heeft tussen zijn dertigste en veertigste zo’n 3000 mensen
gesproken. Die kun je niet allemaal gebruiken, je moet er een ordening in
aanbrengen, maar zoveel zijn het er wel.’
Misschien hebben het ‘kleine’ netwerk en de geringe hoeveelheid tijd die
mensen eraan besteden, te maken met de redenen waarom mensen netwerken.
Bijna tweederde van de ambtenaren en ruim de helft van de werknemers uit het
bedrijfsleven netwerken om contacten te onderhouden en een derde van beide
groepen doet het gewoon voor het plezier. Van Hezewijk: ‘Netwerken moet je
vooral doen om informatie te krijgen. Hoe liggen de belangen, welke emoties
spelen een rol? Dat moet je eerst weten voor je bijvoorbeeld
beleidsvoorstellen doet. Je moet ervoor zorgen dat de bal alvast voor open
doel ligt.’
(..)
Ook het netwerk van ambtenaren en werknemers uit het bedrijfsleven bestaat
voor een groot deel uit vrienden en familie (vrienden vijftig procent versus
zestig procent, familie 29 procent versus 35 procent), maar meer nog uit
contacten via het werk (77 procent versus 61 procent). Congressen en
symposia staan op de derde plaats. Speciale netwerkclubs staan bij beide
groepen niet erg hoog aangeschreven als netwerkplaatsen.
Netwerken is iets wat de meeste ambtenaren en werknemers uit het
bedrijfsleven wel doen, maar volgens de experts dus met te weinig mensen en
in te weinig tijd. Dat zou ook wel eens te maken kunnen hebben met de moeite
die het mensen kost om bewust contacten te leggen met vreemden. Van
Hezewijk: ‘In mijn workshops hoor ik vaak van mensen dat zij er moeite mee
hebben om op anderen af te stappen. Ze denken dat ze indruk moeten maken op
anderen. Maar dat is niet zo. Je moet juist vragen stellen. Toon
belangstelling. Mensen praten graag over hun werk. En impliciet zeg je
ermee: jij weet veel.’ Uit het onderzoek blijkt ook dat maar weinig mensen
actief op anderen afstappen om te netwerken. De meeste ambtenaren en
werknemers uit het bedrijfsleven zijn niet heel assertief: vijftien procent
ambtenaren en twaalf procent mensen uit het bedrijfsleven stapt doelbewust
op anderen af. Voor Rogier Jansen ligt dat anders: ‘Ik kies gelegenheden uit
waar ik naar toe ga. Vaak bekijk ik vooraf de deelnemerslijsten. Dat scheelt
tijd.’
Dat het netwerk van veel deelnemers aan het re.Public-onderzoek bestaat uit
vrienden en familie, baart Van Hezewijk zorgen. ‘Ik zie in het onderzoek dat
veel mensen denken dat een hecht netwerk meer kans op succes heeft (57
procent van de ambtenaren en de mensen uit het bedrijfsleven denken dat),
maar je moet opletten met een intiem netwerk. Dat leidt namelijk tot
ritselen. Bovendien loop je het gevaar dat als je zakelijk verliest, je ook
de vriendschap op het spel zet.’
(..)

17 oktober 2008 Categorie: Networking  Meer van: ,