De hamer in onze gereedschapskist (wanneer oorlog ?)

Oorlog is geen primaire menselijke drift die moet worden bevredigd. Het is een middel tot een doel dat ook met andere middelen kan worden bereikt. Maar is de moderne oorlog nog lonend?

(..)

(..) Intussen zijn de meeste onderzoekers het erover eens dat in deze samenlevingen liefst 25 procent van de volwassen mannen gewelddadig aan zijn eind kwam en dat alle anderen littekens hadden.

Keeley kreeg bijval van de tweede spreker, de Israëlische oorlogshistoricus Azar Gat (Tel Aviv University) . Hij publiceerde in 2005 een monumentale studie, War in Human Civilization. (..)

De auteur viel in Amsterdam met de deur in huis: In tegenstelling tot heersende opvattingen was het percentage gewelddadige sterfgevallen in samenlevingen die nog geen landbouw of staat kenden veel hoger dan in moderne maatschappijen. Alleen de wereldoorlogen komen in de buurt.

Gat gaf een evolutionaire uiteenzetting over oorlog: Net als andere organismen vechten mensen voor de verwerving of verdediging van begeerlijke zaken. Dat zijn voor Homo sapiens jachtgronden, vrouwen en status. Om die te krijgen kan hij samenwerken, concurreren of geweld gebruiken, afhankelijk van de omstandigheden. Geweld is geen primaire drang die moet worden bevredigd, zoals het verlangen naar voedsel en seks. De Zwitsers en de Zweden hebben al eeuwen geen oorlog meer gevoerd en zij geven er geen blijk van daaronder te lijden. Geweld is een middel om bepaalde doelen te bereiken. En het is een heel gevaarlijk middel, waar alleen naar wordt gegrepen als vreedzamer middelen falen of te kostbaar zijn en als de kansen op succes goed lijken. (..)

(..) Georganiseerde misdaad en de staat, schreef de socioloog Charles Tilly, hebben twee dingen gemeen: monopolisering van geweld en afpersing in ruil voor bescherming.

Gat constateert een paradox: Oorlogvoering door staten bracht een enorme schaalvergroting met zich mee en toch daalden de sterftecijfers als gevolg van massaal geweld. Burgerbevolkingen stonden namelijk minder bloot aan gevechtshandelingen en de deelname van volwassen mannen in de strijdkrachten daalde in vergelijking met tribale samenlevingen. Legers, oorlogen en veldslagen namen absoluut in omvang toe, maar ze werden kleiner in verhouding tot de bevolking als geheel.

De ene staat voerde meer oorlog dan de andere. De Brits-Amerikaanse historisch socioloog Michael Mann (University of California, Los Angeles), de derde spreker, liet aan de hand van statistieken zien dat Europeanen tussen 1500 en 1945 de meeste oorlogen voerden. Hij tekende daarbij aan: In de databestanden zijn alleen conflicten meegeteld waarin 1.000 mensen of meer omkwamen in veldslagen. (..)

Mann schrijft die oorlogszuchtigheid toe aan imperiale logica. Na het jaar 1000 voerden de Europese kernstaten oorlog om de minder ontwikkelde staten en staatloze volken van Europa te onderwerpen. Zij deden dit omdat zij het konden, omdat ze militair beter waren georganiseerd. Ze maakten gebruik van jongere zonen zonder erfgoederen die werden ingelijfd in het leger, van geestelijken om overwonnen volkeren te kerstenen, van kooplieden en van boerenkolonisten. Na de 14de eeuw slokten de grote staten de kleinere op. En dat proces ging door tot in de 20ste eeuw.

(..)

(..)

Mann is sceptisch over de vreedzame werking van democratisering. Hij noemde de Britse zeeblokkade van Duitsland in de Eerste Wereldoorlog, waardoor de burgerbevolking honger leed; de geallieerde bombardementen op Dresden en andere Duitse steden, waarbij een half miljoen burgers omkwam, en de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. (..)

Mann sneed nog een andere vorm van massaal geweld aan: moorddadige etnische zuivering. Volgens hem is dit een modern verschijnsel en gaat democratisering maar al te vaak gepaard met etnische conflicten. (..)

Gat neemt deel aan een debat in Foreign Affairs over de uitkomst van de beide wereldoorlogen. Sommigen zijn van mening dat de democratieën toen superieur zijn gebleken. (..) Zonder de VS had Duitsland beide wereldoorlogen gewonnen. En dan hadden we een heel andere twintigste eeuw gehad en nu een heel andere wereld.

(..)

Als gebiedsverovering zijn betekenis heeft verloren en de kosten van een gewelddadige competitie om hulpbronnen niet langer opwegen tegen de baten, rijst de vraag of oorlog nog enig nuttig doel dient. (..)

Gats tweede kanttekening gaat over nationalisme. Dat is een gegeven. Mensen verlangen naar nationale zelfbeschikking ongeacht de economische rationaliteit van een dergelijke aspiratie. Als we redeneren in economische termen, zal dit streven in veel gevallen niets opleveren. Maar mensen hebben ook andere overwegingen dan economische.

Gat maakt nog een voorbehoud bij zijn stelling dat oorlog niet langer loont. Die stelling veronderstelt vrijhandel. De opening van de wereldeconomie sinds 1945 betekent dat je niet langer een gebied hoeft te controleren om eraan te verdienen. (..) Als de wereld in de toekomst terugvalt in protectionisme, kan opnieuw een situatie ontstaan waarin staten grondgebied en hulpbronnen moeten controleren. Als de wereldeconomie op die manier uiteenvalt, kan de huidige trend naar minder oorlog omslaan.

15 augustus 2009 Categorie: Veiligheid  Meer van: ,