Belgedrag van burgers kan, vaak zonder toestemming, doorzocht worden door opsporingsambtenaren.

(..) Of de tienduizenden opsporingsambtenaren in Nederland dit soort informatie voor zichzelf, of vrienden, opzoeken is onbekend. Maar het kán wel, blijkt uit een intern onderzoeksrapport van het ministerie van Justitie, dat openbaar is geworden na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur door een burger.

Bijna drie miljoen keer per jaar vragen politie, veiligheidsdiensten en speciale opsporingsdiensten klantgegevens op bij het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT). (..)

(..)

In het Eindrapport Audit CIOT 2009 staat dat opsporingsambtenaren geregeld zonder de benodigde toestemming van de officier van justitie gegevens van telecomklanten opvragen. Ook worden inlogcodes overgedragen aan opsporingsambtenaren die niet bevoegd zijn in de CIOT-data te zoeken.

(..)

De opsporingsdiensten hebben het onrechtmatig gebruik volgens de onderzoekers van het ministerie in 2009 niet aangepakt; de situatie is „vrijwel ongewijzigd”. Ook constateert de auditdienst van het ministerie dat opsporingsambtenaren vaak niet precies weten wanneer een zoekactie wel of niet rechtmatig is.

(..)

In het onderzoek over 2009 is geen steekproef gehouden om te onderzoeken of klantgegevens geregeld werden opgevraagd. Om de administratieve lasten te beperken is alleen onderzocht in hoeverre de aanbevelingen uit 2008 zijn opgevolgd. In de audit van 2008 werd wel onderzoek gedaan naar enkele tientallen gevallen waarbij klantgegevens werden opgevraagd. Volgens de onderzoekers konden die in „bijna alle gevallen” gerelateerd worden aan het „betreffende onderzoeksdossier”. In één geval werd een bevraging als onrechtmatig beschouwd.

(..)

27 juli 2010 Categorie: Veiligheid  Meer van: ,