Geef je vrienden goud, veel goud (Romeins Byzantijnse rijk)
Thematische geschiedenis van het Byzantijnse Rijk en de kunst van het manipuleren
Eigenlijk was het Byzantijnse rijk de voortzetting van het Imperium Romanum. Het bestond zo lang omdat het een ‘grand strategy’ had. Maar was die strategie wel zo bijzonder?
(..)
Toch is het tot op zekere hoogte een misverstand dat het Imperium Romanum zou zijn verdwenen. Zeker, in West-Europa namen afstammelingen van Germaanse immigranten de macht over, maar in de (bevolkings)rijke gebieden rond het oostelijk Middellandse-Zeegebied bleef het wereldrijk gewoon bestaan. Dat historici het geen Romeins maar een Byzantijns rijk noemen, suggereert een discontinuïteit die er in feite niet is geweest.
De Amerikaanse militair analyticus Edward Luttwak zoekt in The Grand Strategy of the Byzantine Empire een verklaring voor het overleven van de oostelijke rijkshelft, en vindt deze in laatste instantie in het voortbestaan van het belastingstelsel, en dat maakte een efficiëntere strategie mogelijk die voor het westen onbetaalbaar was.
De aanpassing werd volgens Luttwak noodzakelijk toen Attila’s Hunnen Europa binnenvielen met grote, snelle groepen bereden boogschutters, die niet konden worden verslagen met traditionele militaire middelen. Gedurende enige tijd kocht Byzantium de vijanden af, en in deze jaren ontdekte het hoe belangrijk het was te beschikken over goede diplomatieke contacten. Met behulp van veel goud bouwde Byzantium zijn bondgenotennetwerk uit en toen het eenmaal beschikte over eigen ruiterlegers, staakten de keizers de betalingen en maakten ze korte metten met de Hunnen.
Sindsdien streden de Byzantijnse legers maar zelden om hun vijanden compleet te verslaan. De tegenstander van vandaag kon de bondgenoot zijn van morgen, en los daarvan: als het ene steppevolk was uitgeroeid, zou wel een andere stam zich vestigen in de vrijgekomen gebieden. Definitieve overwinningen bestonden niet en het had ook geen zin ernaar te streven.
Alles draaide erom vijanden en bondgenoten te manipuleren. Soms moest daarbij worden gevochten, maar er waren meer wegen. Goede informatie was van vitaal belang, en Luttwak geeft mooie overzichten van de wijze waarop Byzantijnse ambassadeurs inlichtingen verzamelden. Hij had daarbij overigens wat minder summier mogen zijn over de christelijke missionarissen, die verafgelegen stammen konden winnen voor de Byzantijnse zaak en nuttige informatie doorspeelden.
De Byzantijnen gaven de verzamelde kennis aan elkaar door in militaire handboeken. Luttwaks beschrijving daarvan vormt het beste deel van zijn boek. Hij wijst erop dat ze praktisch van opzet waren en voortdurend werden geactualiseerd. (..)
(..)
Een ander probleem is dat Luttwak niet bewijst dat de nieuwe strategie Byzantijns is. Hij toont alleen aan dat de Byzantijnen haar toepasten. Om het tot een Byzantijnse strategie te maken, had hij echter ook moeten bewijzen dat andere staten anders dachten over oorlogsvoering. Ze deden echter vrijwel hetzelfde. Ook de heersers van het Sasanidische Rijk, het Umayyadische kalifaat van Damascus en het Abbasidische kalifaat van Bagdad begrepen de waarde van goud, diplomatie en goede informatie. In het westen waren de Franken er evenmin blind voor. De Friezen die in Dokkum Bonifatius vermoordden, wisten verdraaid goed welke contacten de missionaris had aan het Frankische hof.
De nieuwe strategie is dus minder een Byzantijnse dan een vroeg-Middeleeuwse, en Luttwak verklaart weliswaar waarom het Byzantijnse Rijk langer bestond dan het West-Romeinse Rijk, maar verklaart niet waarom het ook de Sasaniden, Umayyaden, Abbasiden en Franken overleefde. De beslissende factor moet een andere zijn geweest.
28 mei 2010
Categorie: Divers / Geschiedenis, Globalisering / Nationalisme
Meer van: Jona Lendering, NRC
