Onthullende boeken over de almacht van de Communistische Partij in China

(..)

(..)

In weinig lijken de Chinese topmannen en hun staven zich te onderscheiden van tegenspelers in Londen, New York of Tokio. Alleen staat op de bureaus van deze hoofdzakelijk mannelijke Chinese topmanagers een rode telefoon en bewaken hun secretaresses een speciaal faxapparaat dat ’s nachts achter slot en grendel gaat.

Als ā€˜de rode machines’ in het Mandarijn zoemen, weet iedere manager, minister, generaal, provinciegouverneur of hoofdredacteur dat de hoogste leiders van de Chinese Communistische Partij aan de lijn zijn. Het telefoonapparaat met vier geheime nummers is het ultieme statussymbool in China, de navelstreng tussen het machtscentrum in het Zhongnanhai, het ommuurde complex naast de Verboden Stad waar de negen belangrijkste leden van het Politbureau en hun families wonen, en de 300 managers die de belangrijkste industriĆ«le sectoren, de media, de ministeries en het leger besturen. Bezitters van de rode telefoon weten dan ook dat zij worden aangesproken als de Partij-secretaris van het staatsbedrijf, de krant of de stad. ā€žDat is een functie die vele malen belangrijker is dan de titel van CEO, gouverneur of directeur op het naamkaartjeā€, schrijft FT-journalist Richard McGregor in The Party.

(..)

(..)

Maar het is het werk van een economisch journalist als Richard McGregor dat politiek vlees op de botten heeft. Hij had toegang tot de bovenlaag van bankiers, IT-ondernemers en nieuwe miljonairs die behoren tot het kader van de Partij. Een van hen vertelde hem over de angst voor de rode telefoon, maar ook over het verschil in status tussen een Audi 8 of een Audi 6 en over het afgeschermde leven van de Partij-top. Het beeld van de Corleone-familie uit de Godfather-films doemt op.

Misschien wel het interessantste hoofdstuk gaat over de werking van het Centrale Organisatie Departement, zeg de afdeling personeelszaken van de CCP. Dit Partijorgaan, dat net als alle andere Partijorganen boven de wet staat, heeft geen telefoonnummer, geen adres en geen naamkaartjes. ā€˜Niet nodig’, vertelt een hoge functionaris, ā€˜want iedereen die er toe doet in China kent ons’. Iedere topbankier, ondernemer, rechter, politiecommissaris, burgemeester of gouverneur wordt door het Centrale Organisatie Departement benoemd, beoordeeld, gepromoveerd of, en dat gebeurt jaarlijks in 90.000 gevallen, bestraft. Soms met de dood.

McGregor stelt vast dat ondanks alle economische veranderingen in China de Volksrepubliek wordt bestuurd op een wijze die Lenin, mocht hij heden terugkeren op aarde, meteen zou herkennen. (..)

(..) Ideologie is van ondergeschikt belang gemaakt. Vasthouden aan het marxisme-leninisme werd na de ineenstorting van het Europese communisme gezien als de weg naar de ondergang. In feite werd de Chinese economie hervormd om de Partij veilig te stellen.

(..)

McGregor gebruikt met opzet de term hybridisch, want van een echte markteconomie met een grote particuliere sector is nog geen sprake. De FT-journalist houdt het erop dat 70 procent van de Chinese economie in handen is van de staat, hij trekt de cijfers van de Wereldbank over de groei van het particuliere midden- en kleinbedrijf in twijfel, want dat zijn cijfers van Peking. En hij betwijfelt of buitenlandse bedrijven ooit toegelaten worden tot de sectoren waar het grote geld verdiend wordt. Goed voorbeeld is de stad Shanghai die kapitalistisch oogt, maar hoofdzakelijk staatsbedrijven herbergt. (..)

(..)

Dat neemt niet weg dat de tevredenheid over de successen (het aantal armen is in de periode 1981-2004 met een half miljard gedaald, de middenklasse groeit gestaag) overschaduwd wordt door onvrede over corruptie en de groeiende kloof tussen armen en nieuwe rijken. Het aantal ā€˜massaonlusten’ stijgt jaarlijks en de Chinese media besteden verrassend veel aandacht aan sociale ongelijkheid, milieuschandalen en arbeidsconflicten. De ā€˜harmonieuze samenleving’ van president Hu Jintao heeft dan ook een utopisch karakter en daar wordt niet geheimzinnig over gedaan.

Toch kan niet, zoals in de Westerse media vaak gebeurt, gesproken worden over een sociale vulkaan die op uitbarsten staat. Harvard-socioloog Martin King Whyte onderzocht in 2004 alle bekende uitingen van sociale onrust. In het wetenschappelijke en daardoor minder toegankelijke Myth of the Social Volcano komt hij tot de conclusie dat ondanks de tienduizenden demonstraties en openlijke conflicten tussen staat en burgers de economische markthervormingen in China breed worden geaccepteerd.

(..)

20 augustus 2010 Categorie: De Politiek, Globalisering / Nationalisme, Macht  Meer van: ,