Nederlandse politici cultiveren een onjuist beeld van immigratie. Waar zijn toch die kansarme migranten?
(..)
(..)
In de betrekkelijk korte periode 2000-2007 liep het aantal niet-westerse migranten dat zich in Nederland vestigde op jaarbasis terug van 45.000 naar 26.000. Dit kwam vooral door sterk gedaalde aantallen asielzoekers en een strenger gezinsmigratiebeleid. Daarentegen is het aantal immigranten uit andere EU-landen gestegen, en wel van 26.000 naar 43.000 per jaar, vooral als gevolg van de uitbreiding van de Unie.
(..) Opmerkelijker nog is het volgende cijfer: in 2000 verlieten in totaal 5.000 Turken, Marokkanen en Surinamers Nederland, in 2007 waren dat er 11.500. Per saldo vertrokken in 2007 dus 3.500 Turken, Marokkanen en Surinamers. (..)
(..) Van de 50.000 tewerkstellingsvergunningen die in 2007 werden verleend ging 85 procent naar arbeidsmigranten uit de nieuwe lidstaten, terwijl slechts 15 procent naar niet-EU-onderdanen ging. Alleen aan deze laatste categorie zouden beperkingen kunnen worden opgelegd, maar vergeet niet dat deze voor ruim tweederde bestond uit broodnodige vaklieden of hooggeschoolde kennismigranten, de laatsten vooral uit India, de Verenigde Staten en China.
(..) De ‘klassieke’, vaak als problematisch beschouwde migrantengroepen kennen een vertrekoverschot, halen nauwelijks nog huwelijkspartners uit de herkomstlanden en het beleid om hooggeschoolde kennismigranten en gespecialiseerde vaklieden aan te trekken lijkt redelijk succesvol.
(..)
29 juli 2010
Categorie: De Politiek, Multicultuur
Meer van: Han Entzinger, NRC
