En God beschikte (na de Gouden Eeuw) dat de vrouw thuisbleef

Els Kloek: Vrouw des huizes. Een cultuurgeschiedenis van de Hollandse huisvrouw.

Balans, 256 blz. € 19,95

(..) Tot haar aardigste bronnen behoren de reisverslagen van voor en tijdens de Gouden Eeuw, waarin buitenlandse mannen hun verbazing uitdrukten over het fenomeen der Hollandse Huisvrouw. Wat een stevige types troffen ze in die Lage Landen aan: ze waren kloek van gestalte, staken de handen uit de mouwen en roerden hun mondje. Loonarbeid verrichtten ze zelden, handel dreven ze des te meer, zowel grootschalig als met thuis vervaardigde producten. Met het andere geslacht gingen ze vrijmoedig en op voet van gelijkheid om.

Hun bewegingsvrijheid leidde niet tot onkuisheid. Langzaamaan veranderde dat. De Hollandse huisvrouw bleef weliswaar bazig, zuinig en proper en lezen en rekenen kon ze ook nog steeds, maar haar positie buitenshuis als ondernemer raakte ze kwijt. Dat was in hoge mate te wijten aan economische factoren zoals vroege verstedelijking en welvaart, waardoor gezinnen zich eerder dan elders een vrijgestelde huisvrouw konden veroorloven.

In ideologisch opzicht speelde vervolgens de Verlichting een rol die minder bevrijdend was dan wel wordt gedacht. Want al schrapten verlichte denkers de traditioneel-christelijke vrouwenhaat, zij vervingen die niet door individuele seksevrijheid. Zelfs door schrijfsters als Betje Wolff en Aagje Deken werden vrouwen vastgepind op hun vermeend natuurlijke moederschap, dat nu bovendien het heil der natie diende. De Hollandse huisvrouw werd ‘huismoeder’: bazig zonder over eigen leven de baas te zijn. Omwille van de in Nederland zo hooggewaardeerde huiselijke gezelligheid disciplineerde ze man en kinderen, maar wettelijk was ze met de invoering van de Code Napoleon van begin 19de eeuw tot dik na WO II gelijkgesteld aan een onmondige: gehoorzaamheid verschuldigd aan het Hoofd der

Echtvereniging, verplicht zijn woonplaats te kiezen, geen recht op eigen inkomsten, geen voogdij over de kinderen. In de 19de eeuw, toen E. J. Potgieter zijn allegorie publiceerde over de nietsnut Jan Salie, oftewel onze nationale lamlendigheid, vierde in huizen vol pluche en prullaria de huiselijkheidscultus hoogtij. Die gezelligheidsterreur verspreidde zich over alle sociale lagen. Van een opvallend vrije verschijning in de Gouden Eeuw was de Hollandse huisvrouw verworden tot symbool van gezapigheid.

(..)  De huisvrouw, door velen tot voor enige decennia als doodnormaal verschijnsel beschouwd, blijkt met een nuchtere blik bezien een bizarre figuur. Slavernij op seksebasis, zou ik zeggen.

20 november 2009 Categorie: Vrouwen, Wetenschap / Verlichting  Meer van: ,